Er zijn verschillende soorten brandwonden, namelijk:
- Eerstegraads brandwonden. Kenmerken van eerstegraads brandwonden zijn: de huid is rood; de huid voelt droog aan en; de huid voelt pijnlijk.
- Tweedegraads brandwonden (ondiep). Kenmerken van tweedegraads brandwonden (ondiep) zijn: de huid is rood; de huid is nat; de huid is pijnlijk. Soms kan er een blaar ontstaan.
- Tweedegraads brandwonden (diep). Kenmerken van tweedegraads verbranding (diep) zijn: de huid is roodachtig of wit; de huid is ook hier nat; de huid doet erg zeer. Bij diepe tweedegraads brandwonden ontstaat zeker een blaar (deze hoef je niet direct te zien, maar kan ook later ontstaan).
- Derdegraads brandwonden. Kenmerken van derdegraads brandwonden zijn: de huid is wit of zwart; de huid voelt droog aan; je hebt weinig of geen gevoel meer op die plek.
Wat moet je doen bij brandwonden?
Voor de verschillende soorten brandwonden zijn er verschillende manieren van handelen.
- EERST MOET JE DE WOND KOELEN! Dat is het eerste dat je moet doen.
- Een eerstegraads brandwond kan je thuis verzorgen door eerst 10 minuten te koelen en te verbinden met vette watten (omdat de huid droog is).
- Een ondiepe tweedegraads brandwond kan je nog zelf verzorgen, maar soms is het beter om even langs de huisarts te gaan. Ook hierbij moet je de huid goed koelen!
- Bij diepe tweedegraads brandwonden en derdegraads brandwonden is het belangrijk om na het koelen gelijk naar de huisarts of eerste hulp te gaan.
- Wanneer de huid kapot is, dek de huid dan af met een steriel gaasje.
- Wanneer een brandwond veroorzaakt is door een chemische vloeistof, ga dan meteen naar de eerste hulp.
Regels voor brandblaren
Korte regels voor brandblaren:
- Prik blaren nooit door en maak ze niet kapot
- Smeer geen huismiddeltjes op de blaren.